vrijdag 27 maart 2009

De middenklasse onder druk

door Paul de Beer

1. Inleiding: wat is de middenklasse?

Kort voor zijn onverwachte overlijden schreef Thijs Wöltgens, onder meer oud-fractievoorzitter van de Tweede Kamerfractie van de PvdA, een prikkelend stuk voor NRC Handelsblad (12 april 2008), waarin hij betoogde dat de middenklasse aan het verdwijnen is. “Terwijl in het verleden de omvang van de middenklasse buitengewoon stabiel was, blijkt deze de laatste jaren dramatisch te krimpen.” Het verdwijnen van de middenklasse verklaarde volgens Wöltgens tevens de uitholling van het politieke midden en de populariteit van enerzijds de SP en anderzijds van de PVV en Trots op Nederland. De middenpartijen – in het bijzonder zijn eigen Partij van de Arbeid – doen er daarom verstandig aan zich wat minder druk te maken om “kwesties als het wel of niet geven van een hand, het dragen van een boerka of hoofddoekje”. En hij vervolgde: “Er is waarachtig wel meer aan de hand. En wel niets minder dan het verdwijnen van het midden. Dat midden is de ruggengraat van elke democratische samenleving. Handhaving en versterking van de middenklasse is op dit moment dus het hoogste gebod.”

Wöltgens stond zeker niet alleen in zijn opvatting dat de middenklasse onder druk staat. Zo verdrongen bij de algemene politieke beschouwingen van september 2007 de woordvoerders van de oppositiepartijen in de Tweede Kamer elkaar bij de interruptiemicrofoon om het kabinet te kapittelen voor de wijze waarop het de Hardwerkende Nederlander het gelag laat betalen voor het regeringsbeleid. Feitelijk vallen al sinds de jaren tachtig met enige regelmaat waarschuwingen te beluisteren voor een dreigende tweedeling van de samenleving, die zou uitmonden in een diepe kloof tussen de kansarme groepen aan de ‘onderkant’ en de kansrijken aan de ‘bovenkant’.

In deze bijdrage ga ik na hoe reëel de vrees voor het verdwijnen van de middenklasse in de Nederlandse samenleving is. Daarbij beperk ik mij tot de sociaal-economische aspecten van de middenklasse en ga ik voorbij aan sociaal-culturele en politieke aspecten.

Wie een gefundeerd oordeel wil vellen over de positie van de middenklasse stuit onmiddellijk op het probleem dat de meeste uitspraken over het lot van de middenklasse aan precisie missen. Daardoor is het lastig ze aan een kritisch oordeel te onderwerpen. In het algemeen doen zich twee problemen voor. In de eerste plaats geeft men meestal niet nauwkeurig aan wat men onder de middenklasse verstaat. In de tweede plaats is vaak niet duidelijk waaruit zou moeten blijken dat de middenklasse onder druk staat: gaat het erom dat de positie van de leden van de middenklasse verslechtert, of dat de middenklasse zelf geleidelijk aan het verdwijnen is? Beide vragen zijn overigens niet los van elkaar te beantwoorden.

Ook als men te rade gaat bij de wetenschappelijke literatuur, vindt men slechts zelden een scherpe definitie van de middenklasse. Theoretisch is de middenklasse dan ook een uiterst lastig concept. Er is veel theoretische literatuur over de onderklasse, de arbeidersklasse of het proletariaat. En er zijn eveneens de nodige – zij het beduidend minder – theoretische teksten over de hogere klasse of de elite. Maar de middenklasse is vaak niet veel meer dan een restcategorie, zij het dan wel een waarvan vaak wordt aangenomen dat zij meer dan de helft van de bevolking omvat. Het probleem begon al bij Karl Marx, de grondlegger van het klassenbegrip, die het bestaan van een middenklasse ontkende. Dat paste immers niet in zijn schema waarin alles draaide om de tegenstelling tussen arbeiders en kapitalisten. Hoewel veel kritiek op Marx zich juist op dit ontkennen van de middenklasse richtte, monde die kritiek meestal niet uit in een heldere definitie van wat die middenklasse precies typeert. Meestal wordt de middenklasse nog steeds in negatieve zin gedefinieerd, namelijk als het (grote) deel van de bevolking dat noch tot de arbeidersklasse of lagere klasse, noch tot de kapitalisten of hogere klasse behoort.

Een interessant uitzondering hierop vormt de moderne Marxistische socioloog Erik Olin Wright (1985, 1989). Hij borduurt voort op een centraal element in Marx’ klassenanalyse, namelijk uitbuiting of exploitatie. De kapitalistische klasse buit de arbeidersklasse uit door zich de meerwaarde die zij produceert, toe te eigenen. In deze analyse is geen plaats voor een middenklasse tussen de uitbuiters (de kapitalisten) en de uitgebuitenen (de arbeiders). Maar Wright stelt dat er wel degelijk ruimte is voor een middenklasse als we meerdere dimensies van uitbuiting onderscheiden. Hij definieert de middenklasse als die beroepsgroepen die worden uitgebuit in termen van kapitalistische uitbuiting, maar die zelf anderen uitbuiten via andere mechanismen. Relevante dimensies zijn volgens hem, naast het bezit van kapitaal, kennis en vaardigheden (skills) en controle over organisaties. De middenklasse bestaat in zijn visie dan ook uit professionals (die uitbuiten in termen van kennis en vaardigheden) en managers (die uitbuiten via hun controle over organisaties). Beschouwen we alleen werknemers met een functie op hbo- of academisch niveau als professionals, dan zou de middenklasse volgens deze definitie slechts een kwart van de beroepsbevolking omvatten. De lagere klasse, dat wil zeggen werknemers met een functie op ten hoogste mbo-niveau, zou dan liefst 60 procent van de beroepsbevolking uitmaken. De resterende vijftien procent van zelfstandigen vormt dan de ‘kapitalistische’ klasse.

Dit lijkt niet erg aan te sluiten bij de gangbare interpretatie van de middenklasse als een grote middengroep. Een passender afbakening van de middenklasse is dan ook dat deze bestaat uit alle werkenden (incl. zelfstandigen) die een functie op middelbaar niveau vervullen (d.w.z. een beroep waarvoor een mbo-, havo- of vwo-diploma is vereist). De middenklasse omvat dan bijna veertig procent van de beroepsbevolking, tegenover de lagere klasse (met een beroep op vmbo-niveau of lager) en de hogere klasse (met een beroep op hbo- of academisch niveau) elk dertig procent.

Als we het in het dagelijks spraakgebruik over de middenklasse hebben, bedoelen we daarmee meestal echter niet een beroepsgroep, maar de middeninkomensgroepen. Dit is de tweede interpretatie van de middenklasse waarvan ik in dit stuk zal uitgaan. De exacte afbakening van de middenklasse is dan onvermijdelijk willekeurig. Gebruikelijk is om bijvoorbeeld de ‘middelste’ vijftig of zestig procent van de inkomensverdeling als de middenklasse aan te merken. De twintig of vijfentwintig procent met de laagste inkomens vormt dan de lagere klasse en de twintig of vijfentwintig procent met de hoogste inkomens de hogere klasse. Verder is het gebruikelijk om bij de middeninkomensgroepen niet uit te gaan van het individuele inkomen, maar van het huishoudensinkomen. Definieert men de middenklasse als de middelste vijftig procent van de inkomensverdeling – oftewel het tweede en derde kwartiel – dan ligt de (relatieve) omvang van de middenklasse daarmee natuurlijk vast en kan er nooit sprake zijn van groei of krimp.

In het navolgende zal ik op grond van beide definities van de middenklasse – namelijk de middelbare beroepen en de midden-inkomensgroepen – de ontwikkeling die de middenklasse in de afgelopen decennia heeft doorgemaakt schetsen. Afhankelijk van wat relevant is, zal ik nagaan of de positie van de middenklasse verslechtert of verbetert dan wel of de middenklasse groeit of krimpt. Alvorens daartoe over te gaan bespreek ik echter eerst enkele theoretische argumenten waarom de positie van de middenklasse onder druk zou kunnen staan.

2. Economische theorieën over onder-, boven- en middenklasse

Zoals gezegd is er wel veel theoretische literatuur, en dat geldt zeker voor de economische literatuur, over de groepen aan de onderkant en aan de bovenkant van de samenleving, maar niet over de middengroepen. In veel theoretische beschouwingen blijven de middengroepen onbesproken of worden zij (impliciet) tot hetzij de hogere, hetzij de lagere groepen gerekend.

In de economische literatuur gaat het vooral om theorieën die de drijvende kracht zoeken in de technologische ontwikkeling en in de internationale arbeidsverdeling (of globalisering).

Een bekend voorbeeld van de eerste benadering is Jan Tinbergens race tussen technologie en opleiding. Tinbergen (1975) stelde dat technologische vooruitgang de vraag naar hoogopgeleiden vergroot, waardoor hun (arbeidsmarkt)positie verbetert. Dit wordt tegenwoordig meestal aangeduid als skill-biased technological change. Doordat steeds meer jongeren steeds langer naar school gaan, groeit tegelijkertijd ook het aanbod van hoogopgeleiden. Dit verzwakt hun (relatieve) arbeidsmarktpositie. Het hangt af van de grootte van beide effecten, of de positie van hoogopgeleiden ten opzichte van laagopgeleiden verbetert (de technologie wint de race) of verslechtert (de opleiding wint de race). Tot in de jaren tachtig leek het stijgende opleidingsniveau in Nederland – en in veel andere landen – te domineren en namen de beloningsverschillen tussen hoog- en laagopgeleiden af. Sinds de jaren negentig doet zich echter de omgekeerde ontwikkeling voor (Jacobs 2004).

Het is echter onduidelijk wat deze race tussen technologie en opleiding betekent voor de middenklasse: trekt die het meeste profijt van een snelle technologische ontwikkeling of juist van een sterke expansie van het onderwijs?

In de economische literatuur is er ook veel aanacht voor de gevolgen van toenemende internationale handel – kortweg globalisering – voor de arbeidsmarktpositie van hoog- en laagopgeleiden. Voortbouwend op Ricardo’s theorie van comparatieve voordelen, zouden laagopgeleiden in de rijke landen door groeiende handel met lagelonenlanden steeds meer concurrentie ondervinden van laagopgeleiden elders in de wereld. De hoogopgeleiden zouden daarentegen profiteren van een groeiende wereldwijde vraag naar hun capaciteiten. Hierdoor zouden de verschillen in beloning en/of in werkloosheid tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden in de rijke landen toenemen. Ook deze theorie is echter niet eenduidig over de consequenties hiervan voor de middengroepen.

Eind jaren tachtig poneerden de Amerikaanse economen Harrison en Bluestone in hun boek The Great U-Turn (1988; 1990) dat bedrijven conform moderne managementstrategieën trachten hun concurrentiepositie te versterken door te bezuinigen op loonkosten en de inzet van arbeid te flexibiliseren. Deze low road naar winstgevendheid zou resulteren in een polarisatie van de beloningsstructuur: groei aan de onderkant en aan de bovenkant, krimp in het midden.

De analyse van Harrison en Bluestone vond weinig steun onder de mainstream-economen, die zich vooral concentreerden op de hierboven geschetste verklaringen.

Recent wordt in de economische literatuur echter ook weer aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen van technologische ontwikkeling en globalisering voor de (lagere) middengroepen. De Amerikaanse economen Autor, Katz en Kearny (2006) ontwikkelden een aangepaste versie van de theorie van de skill-biased technological change, waarin plaats is voor een derde groep, tussen de laagst geschoolden en de hooggeschoolden. De hoogste categorie vervult abstracte taken, de middelste categorie routinematige taken en de laagste categorie niet-routinematige handmatige taken. Het nieuwe element van hun theorie is, dat hierin juist de middengroep het zwaarst te lijden heeft van de technologische ontwikkeling. Technologische ontwikkeling (in het bijzonder ICT) vergroot de vraag naar abstract kenniswerk maar vermindert de vraag naar routinematige arbeid, zoals in veel administratieve en productiefuncties. Dat is immers bij uitstek werk dat door automaten en computers kan worden overgenomen. Het ongeschoolde handwerk, zoals schoonmaken, het besturen van auto’s (bv. taxi’s) en kranen, bewaking, werk in de horeca, etcetera, is juist, vanwege het niet-routinematige karakter, niet goed te automatiseren en wordt dan ook niet beïnvloed door technologische ontwikkeling. Het resultaat is dat het hoogste segment groeit, het middensegment krimpt en het laagste segment in omvang ongeveer gelijk blijft.

Ook in de literatuur over de gevolgen van globalisering is er de laatste jaren meer aandacht voor de effecten voor de middengroepen, al heeft dit nog niet geresulteerd in een samenhangende theorie. Er wordt met name op twee factoren gewezen die de positie van de middengroepen onder druk zetten. In de eerste plaats zouden nieuwe opkomende economieën als China en India niet langer alleen op goedkope, laaggekwalificeerde productie concurreren, maar steeds meer ook op hoogwaardige, kennisintensieve productie. Het bekendste voorbeeld daarvan zijn ICT-diensten, zoals software-ontwikkeling. Als gevolg daarvan ondervinden ook middelbaar opgeleide werknemers in de rijke landen steeds meer internationale concurrentie. Aangezien de lonen in deze opkomende economieën nog slechts een fractie zijn van die in West-Europa, is het voor veel bedrijven aantrekkelijk om werkzaamheden naar de lagelonenlanden te verplaatsen (outsourcing en offshoring) (zie bijvoorbeeld Friedman, 2005).

In de tweede plaats zou globalisering, en vooral de haast onbelemmerde mobiliteit van kapitaal, het bedrijfsleven in de rijke landen dwingen hun productie steeds flexibeler te organiseren. Deze behoefte aan flexibiliteit wordt in belangrijke mate afgewenteld op de factor arbeid. Als gevolg daarvan komen er niet alleen meer flexibele contracten, maar neemt ook de baanzekerheid van het kernpersoneel af. De ‘baan voor het leven’ bestaat al niet meer, maar ook werknemers met een contract ‘voor onbepaalde duur’, kunnen er steeds minder van op aan dat die duur niet binnen een paar jaar ten einde zal zijn en zij op zoek moeten naar een nieuwe baan. Dit leidt niet alleen tot inkomensonzekerheid, maar verzwakt ook de onderhandelingspositie van de traditionele werknemers tegenover hun werkgever, hetgeen zich weer vertaalt in een (relatieve) verslechtering van arbeidsvoorwaarden. Deze these over de ‘precarisering’ van de middenklasse is tot nog toe overigens vooral door sociologen naar voren gebracht (bv. Beck 1999, Sennett 2006).

3. De middenklasse als beroepsgroep

In deze paragraaf beschrijf ik de ontwikkeling van de middenklasse in de afgelopen decennia als deze wordt gedefinieerd als de middelbare beroepen. In de volgende paragraaf komt het wel en wee van de middeninkomensgroepen aan de orde. Tenzij anders vermeld zijn de cijfers in deze paragraaf ontleend aan de internet database van het CBS, Statline.

3.1. Neemt het belang van de middengroepen af?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek deelt de beroepen in ons land in op basis van het vereiste opleidingsniveau. Dit maakt het eenvoudig om na te gaan of de middenklasse, gedefinieerd als de beroepsgroepen op middelbaar niveau, groeit of krimpt. Het CBS onderscheidt vijf beroepsniveaus: elementair, lager, middelbaar, hoger en academisch. Voor de eerste twee beroepsgroepen is een opleiding op ten hoogste vmbo-niveau vereist, voor de laatste twee is een hbo- of wo-diploma vereist. De middelbare beroepen, waarvoor een opleiding op havo-, vwo- of mbo-niveau nodig is, kunnen dan worden beschouwd als de beroepsgroep van de middenklasse. Op grond van deze definitie behoort 38 procent van de Nederlandse beroepsbevolking tot de middenklasse. Figuur 1 schetst het aandeel van de drie ‘klassen’ op basis van het beroepsniveau in de totale werkzame beroepsbevolking sinds 1985. Het aandeel van de lagere klasse (elementaire en lagere beroepen) is in 21 jaar tijd met tien procentpunten afgenomen (van 40,6 naar 30,5%), terwijl het aandeel van de hogere klasse (hogere en wetenschappelijke beroepen) met tien procentpunten is gegroeid (van 19,8 naar 30,0%). Het aandeel van de middengroepen is nagenoeg gelijk gebleven (38,6% in 1985 en 38,3% in 2006). Zo bezien vormt de middenklasse dus een zeer stabiel segment van de beroepsbevolking.

Op grond van een andere functieniveau-indeling (nl. die van Huijgen 1989, zie ook Asselberghs et al. 1998) kunnen we het aandeel van de middenklasse nog verder terug volgen, en wel tot 1960. Volgens deze indeling (waarbij functieniveaus 4 en 5 als de middenklasse worden aangemerkt) bedroeg het aandeel van de middenklasse in 1960 36,6 procent en in 1995 34 procent, hetgeen erop duidt dat ook over een periode van bijna een halve eeuw de middenklasse maar weinig in (relatieve) omvang is veranderd.

Figuur 1

Dat het aandeel van de middelbare beroepen in de totale werkgelegenheid opmerkelijk stabiel is, betekent niet dat er op het niveau van individuele beroepen niet een grote dynamiek is. Tabel 1 toont de groei en krimp van de werkgelegenheid in de verschillende middelbare beroepen tussen 1996 en 2006. Voor bijna twee op de drie middelbare beroepen is de werkgelegenheid in deze periode gegroeid, maar bij een op de drie was er sprake van krimp. De groei deed zich vooral voor in dienstverlenende beroepen, de krimp in productie- en agrarische beroepen.

Tabel 1: Groei en krimp van middelbare beroepen tussen 1996 en 2006
  abs. (x1000) In %
middelbaar admin. medew., directiesecretaresse, boekhouder 71 18
makelaar, bankemployee, verzekeringsagent, inkoper 45 16
sociotherapeut, ziekenverzorgende 41 73
personeelsfunctionaris, maatsch. werker, consulent 38 67
ober-kelner, chef-kok, crècheleidster, kapper 27 14
computeroperator, programmeur 24 44
doktersassistent, operatie-assistent, kraamverzorgende 20 19
opticien, apothekersassistent, kraamverzorgende 20 19
aannemer, loodgieter, meubelmaker 10 6
bedrijfshoofd hotel, restaurant 8 20
productieplanner, werkvoorbereider 7 13
politieagent, rechercheur 7 15
redacteur, bibliotheekassistent 6 22
belastingambtenaar, -consulent, deurwaarder 4 11
machinebankwerker, automonteur, treinbestuurder 3 2
conducteur, havenmeester, steward(ess) 3 11
medisch secretaresse 3 20
cnc-programmeur-verspaner, constructiebankwerker 1 2
procesoperator, banketbakker 0 0
detailhandelaar, eerste cassière -1 -1
bloemschikker, boswachter, assistent-landbouwkundig onderzoeker -3 -33
bedrijfshoofd transportbedrijf -3 -11
technisch werkvoorbereider, reclameschilder -3 -16
overige middelbare beroepen -5 -13
kleermaker, stoffeerder, electronicamonteur, brandweerman -5 -9
weg- en waterbouwkundig opzichter, calculator, baggermachinist -6 -19
elektricien, installateur, elektronicamonteur -11 -11
drukker, bedrijfshoofd drukkerij -15 -41
bedrijfshoofd agrarische bedrijf -30 -25
     
Totaal 248 10
 
De genoemde beroepen zijn typerende voorbeeldberoepen in de door het CBS onderscheiden beroepsklassen (die meer algemene benamingen hebben, zoals 'middelbaar (para)medisch algemeen beroep').
Bron: CBS (Statline); Bewerking PdB    

3.2. Verslechtert de relatieve positie?

Het stabiele aandeel van de middenberoepen in de beroepsbevolking zegt nog niets over hun relatieve positie. Het is immers denkbaar dat de positie van middenklassers in termen van baanzekerheid of beloning is verslechterd. Helaas publiceert het CBS maar weinig gegevens over de middelbare beroepen. Over de periode 1996-2006 is alleen bekend hoe deze beroepen zijn verdeeld over vaste en flexibele banen en zelfstandigen. Er wordt nogal eens verondersteld dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt de baanzekerheid van de middengroepen aantast. Dit blijkt echter niet uit het aandeel werkenden met een middelbaar beroep dat een vaste aanstelling heeft: dit is tussen 1996 en 2006 zelfs iets toegenomen van 79 naar 80 procent (al bedroeg het in 2003 zelfs 82%). Dit percentage komt vrijwel overeen met dat van de totale werkzame beroepsbevolking. Er zijn dus geen aanwijzingen dat de middelbare beroepen steeds meer flexwerkers of zelfstandigen tellen.

Nu zegt het aandeel vaste banen nog niet zoveel over de baanzekerheid. Zo is het tegenwoordig haast gemeengoed dat ‘de baan voor het leven’ tot het verleden behoort. Het is dan ook denkbaar dat een vaste aanstelling steeds minder zekerheid biedt en gemiddeld van kortere duur is dan in het verleden het geval was. Helaas zijn hierover geen gegevens beschikbaar die specifiek op de middelbare beroepen betrekking hebben. We moeten het doen met cijfers over de baanduur van de gehele werkzame beroepsbevolking. Die cijfers bieden echter allerminst steun voor de (veronder)stelling dat de baanzekerheid afneemt. Tussen 1992 en 2006 is de gemiddelde baanduur (dat is het aantal jaren dat een werknemer bij dezelfde werkgever in dienst is) zelfs toegenomen van 9 naar 10 jaar. Het percentage van de werkenden dat minder dan vijf jaar bij hetzelfde bedrijf werkt daalde in deze periode van 46 naar 40 procent. Hoewel er geen cijfers zijn over de baanduur van de middelbare beroepen, hebben we voor de periode vanaf 2000 wel cijfers over de baanduur van middelbaar opgeleiden: die blijkt exact gelijk te zijn aan die van de totale werkzame bevolking.

Een andere indicator voor toenemende werkonzekerheid is het werkloosheidspercentage. Opnieuw zijn er geen cijfers naar beroepsgroep – simpelweg omdat werklozen volgens de definitie van het CBS geen beroep (meer) hebben – maar wel naar opleidingsniveau. Figuur 2 vergelijkt het werkloosheidspercentage (gedefinieerd als de werkloze beroepsbevolking in procenten van de totale beroepsbevolking) van middelbaar opgeleiden (personen met een hoogst behaalde opleiding op havo-, vwo- of mbo-niveau) met dat van laag en hoog opgeleiden en met het totale werkloosheidspercentage. Over de gehele periode sinds 1975 schommelt de werkloosheid van middelbaar opgeleiden rond de vijf procent. Van een trendmatige toename van het werkloosheidsrisico is over deze periode geen sprake, van een duidelijke afname overigens evenmin. Hoewel het werkloosheidsrisico van middelbaar opgeleiden steeds tussen dat van laag en hoog opgeleiden in lag, is sinds het midden van de jaren tachtig het verschil met laag opgeleiden kleiner geworden. Dit komt echter vooral doordat het werkloosheidspercentage onder laag opgeleiden – anders dan vaak wordt aangenomen – sterk verminderd is.

Figuur 2

Samenvattend concludeer ik dat, ondanks de veelvuldige geluiden dat de baanzekerheid afneemt en de middengroepen met steeds meer onzekerheid worden geconfronteerd, de beschikbare cijfers hiervoor geen aanwijzingen bieden.

Hoe zit het met een tweede belangrijke aspect van het werk: de beloning? Helaas hebben we ook hierover nauwelijks specifieke gegevens voor de werkenden in een middelbaar beroep. Het CBS heeft alleen voor het jaar 2002 cijfers gepubliceerd over de beloning naar beroepsniveau. Daaruit blijkt dat werkenden in een middelbaar beroep in 2002 gemiddeld de helft meer verdienden dan werkenden in een elementair beroep, ruim een kwart meer dan werkenden in een lager beroep, een kwart minder dan werkenden in een hoger beroep en 40 procent minder dan werkenden in een wetenschappelijk beroep. De middelbare beroepen bevonden zich dus ook in het midden van de loonverdeling.

Figuur 3

Willen we de ontwikkeling in de tijd volgen, dan moeten we het doen met gegevens over het gemiddelde loon naar opleidingsniveau. Ook die gegevens zijn trouwens verre van compleet, doordat (nog) geen informatie beschikbaar is voor de jaren 1994-1997 en 2003-2007. Figuur 3 toont de ontwikkeling van het gemiddelde reële bruto uurloon van middelbaar opgeleide werknemers en van alle werknemers tezamen in de periode 1969-2002. De cijfers zijn ontleend aan de CBS publicaties Tijdreeks arbeidsrekeningen 1969-1993, de Sociaal-Economische Maandstatistiek 2002 nr 12 en Sociaal Economische Trends 2005 nr 2. Over een periode van 33 jaar is het reële loon van middelbaar opgeleiden met 41 procent gestegen, dat wil zeggen met gemiddeld één procent per jaar. Die stijging is echter volledig gerealiseerd in het eerste decennium van deze periode (1969-1979). Gedurende de diepe recessie van de eerste helft van de jaren tachtig daalde het reële loon scherp, om daarna lange tijd stabiel te blijven en pas recent weer fors te stijgen. Het gemiddelde loon van alle werknemers maakte globaal dezelfde ontwikkeling door, maar viel begin jaren tachtig minder sterk terug en herstelde zich daarna aanzienlijk krachtiger. Daardoor is het loon van middelbaar opgeleiden beduidend achtergebleven bij de gemiddelde loonontwikkeling. Terwijl het loon van middelbaar opgeleiden rond 1970 nog 17 procent boven het gemiddelde loon lag, lag het er in 2002 7 procent onder. Hierbij dient men wel te bedenken dat in deze periode het aandeel laag opgeleide werknemers is gekrompen en het aandeel hoog opgeleide werknemers is gegroeid, zodat de stijging van het gemiddelde loon deels wordt verklaard door de stijging van het gemiddelde opleidingsniveau van de werkzame bevolking.

Figuur 4

Vergelijkt men de ontwikkeling van het uurloon van andere opleiding-sniveaus met die van de middelbaar opgeleiden (figuur 4), dan blijken de laag opgeleiden in de periode 1969-1993 flink terrein te hebben gewonnen. Tussen 1998 en 2002 moesten zij echter weer wat terrein prijsgeven ten opzichte van de middelbaar opgeleiden. De beloningsachterstand van middelbaar ten opzichte van hoog opgeleiden is de afgelopen decennia nauwelijks veranderd.

Bovenstaande cijfers beperken zich tot het gemiddelde loon van bepaalde groepen. Er wordt echter wel eens gesuggereerd dat de opvallendste veranderingen zich voordoen in de loonspreiding. Soms wordt gesteld dat er steeds meer sprake is van een polarisatie van de lonen, waardoor het midden geleidelijk wordt uitgehold (Harrison & Bluestone 1988).

Figuur 5a Figuur 5b Figuur 5c

Figuur 5 schetst de verdeling van het loon van voltijd werknemers (dat zijn werknemers die het standaard aantal uren werken) in een aantal jaren sinds 1972. De gegevens tot 1994 zijn ontleend aan de jaarlijkse Statistische zakboeken en Statistische jaarboeken van het CBS. De gegevens beperken zich tot voltijd werknemers om te voorkomen dat de groei van het aantal deeltijders – die, bij een zelfde uurloon, per week of per jaar minder verdienen – het beeld vertekent. Bovendien valt er wat voor te zeggen om bij de hier gehanteerde definitie alleen kostwinners – die doorgaans fulltime werken – tot de middenklasse te rekenen. De loonverdeling in verschillende jaren is in figuur 5 zo weergegeven dat het mediane loon – dat wil zeggen het middelste loon, waar 50 procent onder en 50 procent boven ligt – steeds gelijk aan 100 is gesteld. De figuren tonen dus de spreiding rond de mediaan. Figuur 5a laat zien dat tussen 1972 en 1984 de spreiding van de lonen kleiner werd doordat het aandeel lage lonen sterk verminderde en het aandeel rond en vlak onder de mediaan fors groeide. Afgemeten aan de loonverhoudingen groeide de middenklasse in deze periode dus sterk. Tussen 1984 en 1994 nam de loonspreiding echter weer toe. Zowel het aandeel lagere lonen als het aandeel hogere lonen groeide, ten koste van het aandeel werknemers met een loon rond de mediaan. In de periode 1995-2005 lijkt deze tendens zich te hebben voortgezet, zij het in minder sterke mate. Door een verandering in meet- en registratiemethoden zijn de cijfers tot 1994 en vanaf 1995 niet met elkaar te vergelijken. De laatste twintig jaar was er dus sprake van een toename van de beloningsverschillen. Hoewel het midden van de loonverdeling hierdoor meer uitgerekt is, blijft er een duidelijke concentratie van werknemers rond het mediane loon. Er is dus geen sprake van dat de middengroep geleidelijk zou verdwijnen doordat de lonen zich steeds meer concentreren aan de onderkant en de bovenkant van de loonverdeling (een bi-modale verdeling).

4. De middenklasse als inkomensgroep

Zoals eerder aangegeven definieer ik de middenklasse als inkomensgroep als de middelste vijftig procent van de inkomensverdeling, oftewel het tweede en derde kwartiel. Als inkomenseenheid neem ik hierbij het besteedbare huishoudensinkomen. Het voordeel van deze definitie is dat er cijfers beschikbaar zijn vanaf 1946, dus over een periode van liefst zestig jaar. Wel hebben de cijfers vóór 1990 alleen betrekking op het inkomen van alleenstaanden en echtparen, zodat andere inkomenstrekkers binnen het huishouden (zoals kinderen of ongehuwde partners) buiten beschouwing blijven. Daardoor zijn de cijfers vóór en vanaf 1990 niet geheel vergelijkbaar.

Figuur 6

Figuur 6 schetst de ontwikkeling van het reële besteedbare inkomen van de drie onderscheiden inkomensgroepen, waarbij het inkomen in het jaar 1946 op 100 is gesteld. We kunnen drie perioden onderscheiden. Tot 1965 gingen de inkomens van de verschillende groepen min of meer gelijk op en bleef de inkomensongelijkheid ruwweg gelijk. Tussen 1965 en 1978 stegen de lagere inkomens explosief. De middeninkomens bleven daar duidelijk bij achter, maar stegen in deze periode niettemin met ruim de helft. De hogere inkomens bleven nog meer achter doordat zij ‘slechts’ met zo’n twintig procent stegen. De inkomensverschillen werden in deze periode dus aanzienlijk kleiner. In de laatste periode, 1978-2005, bleef het reële inkomen van de verschillende inkomensgroepen per saldo vrijwel gelijk. Tussen 1978 en 1984, ten tijde van de diepe economische recessie die de Nederlandse economie doormaakte, daalden de inkomens fors. Daarna herstelden ze zich heel langzaam, met een versnelling aan het eind van de jaren negentig. Tussen 1984 en 2005 steeg het reële inkomen van zowel de middeninkomens als de hogere inkomens met 16 à 17 procent. De lagere inkomens bleven daar met een inkomensstijging van 8 procent, ruim bij achter. Zo bezien is de relatieve inkomenspositie van de middenklasse de afgelopen twintig jaar verbeterd. Niettemin zou het feit dat het reële inkomen van de middengroepen sinds 1978 (!) per saldo niet meer is gestegen, het heel begrijpelijk maken als er onder de middengroepen de nodige ontevredenheid bestaat over hun inkomensontwikkeling.

Hoewel de reële inkomensontwikkeling van de middengroepen door veel meer factoren wordt bepaald dan de loonstijging – denk aan de ontwikkeling van uitkeringsniveaus, belastingen, aantal tweeverdieners, et cetera – laat vergelijking van de figuren 3 en 6 zien dat de ontwikkeling van de inkomens die van de lonen vrij nauw volgt. Dit duidt erop dat de stagnatie van de middeninkomens primair wordt verklaard door de reële loonmatiging in de afgelopen dertig jaar. We zouden dit kunnen zien als de keerzijde van de succesvolle Nederlandse banenmachine.

Bij deze cijfers dient men te bedenken dat ze niet de inkomensontwikkeling van individuele huishoudens weergeven, maar slechts het gemiddelde van een omvangrijke categorie van huishoudens. Individuele huishoudens bewegen zich doorgaans in de loop van de tijd door de inkomensverdeling heen. Sommigen gaan over van de lagere naar de midden inkomensgroepen of van de midden naar de hogere inkomens, al komen neerwaartse bewegingen natuurlijk ook voor, bijvoorbeeld wanneer de kostwinner in een huishouden werkloos of arbeidsongeschikt wordt of met pensioen gaat.

Voor de periode 2001-2004 heeft het CBS cijfers gepubliceerd over deze inkomensdynamiek van individuele huishoudens (Sociaal-economische trends 2006 (2) 28-33). Omdat het CBS hierin alleen tien-procents-groepen (decielen) onderscheidt, definieer ik de middenklasse hier, in afwijking van het voorgaande, als de middelste 60 procent van de inkomensverdeling (oftewel het derde tot en met achtste deciel). Bovendien hebben deze cijfers betrekking op het gestandaardiseerde besteedbare inkomen, dat wil zeggen gecorrigeerd voor verschillen in huishoudens-samenstelling. Dit betekent dat men ook kan stijgen of dalen doordat de huishoudsamenstelling verandert -huwelijk, scheiding, geboorte van een kind, een kind verlaat het huis, etc.- zonder dat het huishoudinkomen verandert. 78 procent van de huishoudens die in 2001 tot de middeninkomensgroepen behoorden, maakte daar in 2004 nog steeds deel van uit (tabel 2). Elf procent was afgedaald naar de lagere inkomensgroepen en een zelfde percentage was gestegen naar de hogere inkomensgroepen. Het aandeel middenklassers dat terugvalt naar de lagere klasse is dus relatief klein. Maar het is natuurlijk ook mogelijk dat men binnen de middenklasse terrein prijs moet geven. Van de 78 procent die in beide jaren tot de middenklasse behoorde, ging 21 procent minimaal een deciel achteruit en 30 procent minimaal een deciel vooruit. 27 procent (d.w.z. 35% van de ‘blijvende’ middenklassers) bleef in hetzelfde deciel. Een achteruitgang in deciel hoeft nog niet te betekenen dat men daadwerkelijk in inkomen achteruitgaat. Het gaat hier immers om een verandering in de rangorde van inkomens. Het betekent wel dat anderen een gunstiger inkomensontwikkeling doormaakten. Ik concludeer dat, hoewel er onder de middenklassers nogal wat inkomensmobiliteit is, bijna vier op de vijf middenklasse huishoudens vier jaar later nog steeds tot de middenklasse behoren. Slechts een op de negen valt uit de middenklasse terug naar de lagere inkomensklasse en daarnaast gaat een op de vijf minstens een deciel achteruit, maar blijft wel deel uitmaken van de middeninkomensgroepen.

Ook al is de kans op neerwaartse mobiliteit voor de leden van de middenklasse niet al te groot, het is denkbaar dat deze kans in de loop van de tijd groter wordt, en de kans om hogerop te komen navenant kleiner. Om na te gaan of dit het geval is vergelijk ik de inkomensmobiliteit in de periode 2001-2004 met die in de periode 1995-2000, waarover het CBS eerder cijfers publiceerde (Sociaal-economische maandstatistiek 2002 (6): 14-18). Doordat deze eerdere periode een jaar meer omvat dan de meer recente periode, zijn de cijfers helaas niet geheel vergelijkbaar. Tussen 1995 en 2000 zakte 13 procent van de middenklassers terug naar de lagere klasse, terwijl 12 procent zich omhoog wist te werken naar de hogere klasse. Beide cijfers zijn hoger dan in de periode 2001-2004, maar lijken geheel verklaarbaar uit het feit dat deze periode een jaar langer is. Het lijkt er dus op dat zowel het risico van middenklassers om terug te vallen naar de lagere inkomensklassen als de kans om door te dringen tot de hogere klassen in de afgelopen tien jaar niet is veranderd. Voor degenen die tot de middenklasse bleven behoren was de kans op neerwaartse mobiliteit in de meer recente periode wat kleiner en de kans op opwaartse mobiliteit wat groter dan in de periode 1995-2000. Deze cijfers bieden dus geen steun voor de stelling dat middenklassers steeds meer risico lopen op neerwaartse mobiliteit.

Tabel 2: Inkomensmobiliteit van de middenklasse (in procenten)
Gedefinieerd als het 3e t/m 8e deciel van de verdeling van gestandaardiseerde besteedbare huishoudinkomens.
 

neerwaarts

stabiel

opwaarts

totaal

  naar lagere klasse binnen midden-klasse   binnen midden-klasse naar hogere klasse  
2001-2004 11 21 27 30 11 100
1995-2000 13 26 22 27 12 100
 
Bron: CBS Sociaal-economische maandstatistiek 2002, staat 6 en Sociaal-economische trends 2006, staat 6

Tot slot ga ik nog na in welke mate de middenklasse profiteert van publieke voorzieningen. Periodiek schat het SCP dit z.g. ‘profijt van de overheid’. De meest recente cijfers hebben betrekking op het jaar 2003 (Kuhry & Pommer 2006). Deze hebben betrekking op aan individuele huishoudens toerekenbare uitgaven en voorzieningen op het gebied van volkshuisvesting, onderwijs, openbaar vervoer, cultuur en recreatie, maatschappelijke dienstverlening, zorgverzekering en bestaanskosten. Van de totale uitgaven komt 52 procent ten goede aan de middenklasse, gedefinieerd als de middelste 60 procent (het derde tot en met achtste deciel). De middengroepen profiteren daarmee verhoudingsgewijs minder van overheidsvoorzieningen dan de laagste inkomens (25% profijt voor 20% van de huishoudens) en de hoogste inkomens (23% profijt voor 20% van de huishoudens). De middengroepen komen er vooral bekaaid af bij het onderwijs en, in wat mindere mate, bij volkshuisvesting en openbaar vervoer. Hierbij dient men zich wel te realiseren dat het SCP het profijt van studenten van 18 jaar en ouder, ook als zij nog thuis wonen, volledig aan de studenten zelf toerekent en niet aan de ouders. Zou men het laatste doen, dan stijgt het totale profijt van de middengroepen naar 57 procent, waardoor zij verhoudingsgewijs meer profiteren dan de laagste inkomensgroepen (waartoe veel studerenden behoren), maar nog wel minder dan de hoogste inkomens. Opmerkelijk genoeg trekt het middelste, vijfde deciel, het minste profijt trekt van publieke voorzieningen.

Bij deze cijfers moet wel worden opgemerkt dat de verdeling van het profijt wordt gerelateerd aan het besteedbare inkomen van huishoudens, dat wil zeggen het inkomen na aftrek van belastingen en sociale premies. Met het effect van deze heffingen op de verdeling van het inkomen wordt dus geen rekening gehouden.

Het SCP heeft het profijt in 2003 ook vergeleken met dat in 1991 en 1999 (Kuhry & Pommer 2006: 116). Figuur 7 laat zien dat het profijt van de onderste helft van de middenklasse, het derde, vierde en vijfde deciel, tussen 1991 en 2003 weinig is veranderd, terwijl het profijt van de bovenste helft van de middenklasse, het zesde, zevende en achtste deciel, beduidend is verminderd. Vooral de hogere middenklasse heeft dus enige grond om te klagen dat men steeds minder proifteert van door de overheid gefinancierde voorzieningen.

Figuur 7

5. Conclusie

Staat de middenklasse onder druk?

De cijfers die ik in deze bijdrage heb gepresenteerd laten zien dat er geen sprake van is dat de middenklasse geleidelijk zou verdwijnen, noch als we de middenklasse definiëren in termen van beroepsgroep, noch in termen van inkomensklasse. Zowel de middelbare beroepen als de middeninkomensklassen vormen een opmerkelijk stabiel segment van de bevolking. Dat betekent evenwel niet dat de positie van de middenklasse niet in bepaalde opzichten onder druk kan staan. Zowel als het om baanzekerheid als om werkzekerheid gaat, lijkt er, ondanks regelmatig geuite zorgen, weinig aan de hand. Het aandeel vaste banen is stabiel, de gemiddelde baanduur neemt eerder toe dan af en het werkloosheidsrisico van middelbaar opgeleiden is op langere termijn nauwelijks veranderd. Wel worden de middelbaar opgeleiden al een kwart eeuw geconfronteerd met een stagnerende reële (uur)loonontwikkeling. Hoewel de lonen recent weer lijken aan te trekken, was het gemiddelde reële uurloon van een middelbaar opgeleide in 2002 nog iets lager dan in 1979, terwijl het gemiddelde uurloon van alle werknemers tezamen in die periode met elf procent is gestegen. Vooral de beloningsvoorsprong van middelbaar opgeleiden ten opzichte van lager opgeleiden is geslonken. Sinds het midden van de jaren tachtig neemt bovendien de loonongelijkheid toe, waardoor binnen de middengroepen de spreiding van lonen groter wordt.

Ook de middeninkomensklasse (op basis van het besteedbare huishoudens-inkomen) is in een kwart eeuw tijd in reële termen niet vooruitgegaan. Wel is de relatieve inkomenspositie van de middeninkomens ten opzichte van de lagere inkomens de afgelopen twee decennia iets verbeterd. Het reële inkomen van de middenklasse als geheel mag dan stagneren, sommige individuele huishoudens slagen er wel in hun relatieve positie te verbeteren. Een op de negen middeninkomenshuishoudens wist in de periode 2001-2004 door te dringen tot de hoogste twee inkomensdecielen. De kans om terug te vallen naar de twee onderste decielen is echter even groot. Vergeleken met de periode 1995-2000 is daarin weinig veranderd. Er zijn dus noch aanwijzingen dat de opwaartse mobiliteit toeneemt, noch dat de neerwaartse inkomensmobiliteit toeneemt. Tot slot bleek dat de middeninkomens minder dan evenredig profiteren van overheidsvoorzieningen en dat hun profijt – vooral van de hogere middengroepen – in de loop van de tijd bovendien is afgenomen. Kortom, de middenklasse mag dan een zeer stabiel segment van de samenleving zijn en de angst voor het verdwijnen van de middenklasse vooralsnog ongegrond, dat neemt niet weg dat de inkomenspositie van de middenklasse de afgelopen decennia wel onder druk stond.

Paul de Beer werkt maandag en dinsdag bij De Burcht, centrum voor arbeidsverhoudingen. Van woensdag tot vrijdag zit hij op de Henri Polak leerstoel voor arbeidsverhoudingen aan het Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS) van de Universiteit van Amsterdam.

Literatuur

Asselberghs, K., R. Batenburg, F. Huijgen & M. De Witte (1998). De kwalitatieve structuur van de werkgelegenheid in Nederland, deel IV. Bevolking in loondienst naar functieniveau: ontwikkelingen in de periode 1985-1995, OSA-voorstudie V44. Den Haag: Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek.

Autor, David H., Lawrence F. Katz, & Melissa S. Kearny (2006) The Polarization of the U.S. Labor Market. NBER Working Paper 11986 Cambridge (Mass.): National Bureau of Economic Research.

Beck, Ulrich (1999) Schöne neue Arbeitswelt, Frankfurt/New York: Campus Verlag.

Friedman, Thomas L. (2005) The World is Flat. A brief history of the twenty-first century, New York: Farrar, Straus & Giroux.

Harrison, Bennett & Barry Bluestone (1988) The Great U-Turn: Corporate Restructuring and the Polarizing of America, New York: Basic Books.

Harrison, Bennett & Barry Bluestone (1990) Wage polarisation in the US and the ‘flexibility debate’, Cambridge Journal of Economics 14(3): 351-373.

Huijgen, F. (1989) Opleiding van werknemers en het niveau van hun werk. De kwalitatieve structuur van de werkgelegenheid 1960-1985. In: I. Gadourek & J.L. Peschar (red.). De open samenleving. Sociale veranderingen op het terrein van geloof, huwelijk, onderwijs en arbeid in Nederland, Boekaflevering Mens en Maatschappij 64: 79-106.

Jacobs, Bas (2004) The lost race between schooling and technology. De Economist 152, 1: 47-78.

Kuhry, Bob & Evert Pommer, m.m.v. Jedid-Jah Jonker en John Stevens (2006) Publieke productie en persoonlijk profijt. De productie van publieke diensten en profijt van de overheid, 1990-2003. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Sennett, Richard (2006) The Culture of the New Capitalism, New Haven/London: Yale University Press.

Tinbergen, Jan (1975) Income Distribution: Analysis and Policies, Amsterdam/Oxford: North-Holland Publishing Company.

Wöltgens, Thijs (2008) Links moet zich weer met veel meer nadruk richten op het vraagstuk van de verdeling, NRC Handelsblad (Opinie & Debat), 12 & 13 april 2008. Wright, Erik Olin (1985) Classes, London/New York: Verso.

Wright, Erik Olin et al. (1989) The Debate on Classes, London/New York: Verso.

woensdag 11 maart 2009

Batterij-leeg signaal voor Rabobank random reader

Wat is plezieriger dan je rekeningen inzien voor de jaarlijkse belasting opgaven? Betalen per internet natuurlijk en dit alles is veilig en vertrouwd met een electronisch apparaatje, bij de Rabobank de 'random reader'. Het gaat zo'n vier jaar mee vanwege de batterij en kan dan ingeruild. Het is mogelijk via doorlopen van menu's de batterij tijdig te controleren. Dit is overigens niet in de handleiding aangegeven. Ruil het apparaat om bij minder dan 20% energie.

Een europarlementariër moet voor zijn werk veel rekeningen betalen. Veilig betalingsverkeer betekent óok dat je kunt vertrouwen op uitvoering van de betaling op het moment dat jíj dat wilt. Relaties stellen hoge prijs op stiptheid en dan is onhandig dat in een weekend het plots niet werkt. Dit komt regelmatig voor bij grote en kleine zelfstandigen. Vroeg of laat krijgt iedereen er mee te maken. Vooral singles hebben last hier van en partners die elk bij een andere bank zijn.

Een meer uitdrukkelijke lege batterij signalering zou fijn zijn. Denk aan een piepje, zoals een SMS klinkt bij mobiele telefoons. De fluittoon van een rookmelder is weer te hard. Een figuur op de display zou een lege batterij kunnen aangeven. Welk uitdrukkelijk signaal men ook kiest, een langere handleiding kan achterwege blijven.

Betaal leveranciers en anderen op tijd. Hou er rekening mee de belasting formulieren uiterlijk eind maart te verzenden.

Bert Kerkhof werkte enkele jaren bij Rabobank Nederland betalingsverkeer en is doorgaans zaterdagmiddags half twee online op het blog van Wouter Bos.

maandag 9 maart 2009

Urenlange HP service: Consumenten doen de tests

Wie in een kantoor werkt heeft soms helpdesks nodig van informatica leveranciers. Tegenwoordig is niet alleen telefonische hulp en hulp per email, je kunt bovendien 'chatten'. Nadeel is dat voorafgaand aan het chatten allerlei software op je computer wordt gezet, waardoor je de indruk krijgt dat de helpdesk kan 'meekijken'. Of dit zo is en of dit nodig is, is overigens de vraag. In elk geval is het niet goed voor het privacy gevoel.

De beantwoording van een vraag kan urenlang duren. Een voordeel daarvan is dat de fabrikant te weten komt, dat het probleem veel tijd kost. De kwaliteit van de geboden hulp is in vergelijking tot niet-gratis telefonische hulp veelal lager. Als klant wordt je gedwongen allerlei test herhaaldelijk uit te voeren, terwijl de logica van het fouten-opsporen niet tot de telefonisten doordringt. Op die manier worden vele technische mankementen niet verholpen. Mijn 'chat' over een printer probleem startte op 9 maart om 11 uur 's ochtends. En duurde tot 15:45 's middags. Twenty4help Knowledge service bv. te Heerlen, was in opdracht van HP bijna vijf uren aan de lijn.

Bert Kerkhof ondervond wat het is om urenlang aan het lijntje te worden gehouden, en probeerde met nieuwe energie zelf een diagnose te maken en aan te dringen op herstel van een niet functionerende printer. Als je om daadwerkelijke oplossingen vraagt, wordt je van het kastje naar de muur gestuurd en iedereen wil steeds je adres en telefoonnummer hebben. Leidinggevenden ontbreekt technische kennis om te kunnen beoordelen wat er aan de hand is. Personeel wil anoniem blijven en chaos is het resultaat. Steek er uren werk in en in plaats van service krijg je belastende praat.

Het technische probleem waar het in deze casus om gaat is dat een printer met de meegeleverde software niet draadloos kan worden verbonden met een draadloze router in een netwerk met meerdere computers. De helpdeskmedewerker laten je keer op keer dezelfde installatie uitvoeren, alvorens te besluiten dat dit niet helpt. Vervolgens probeert zij uit, jou de printer rechtstreeks op éen van de computers aan te laten sluiten, zonder draadloze router of toegangspunt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, daarvoor is de printer niet aangeschaft. De printer is gekocht om aan te sluiten op een draadloze router of draadloos toegangspunt. Er is garantie dat dit moet kunnen.

Onderwijl werd een zes punten plan opgesteld met criteria waaraan een nieuwe driver zou moeten voldoen:

  1. Een verbeterde versie van de driver software en het installatie programma zijn nodig.
  2. Het onderdeel 'HP customer participation program' dient optioneel te zijn en niet in de standaard installatie procedure te worden meegenomen.
  3. Het verwijder programma dient via de standaard procedures van Microsoft Windows te werken. Via 'Start / Configuratie / Software / Verwijderen' Dus niet via obscure DOS bestandjes die in tijdelijke mappen met wisselende namen worden bewaard.
  4. De installatie dient sneller te zijn, zowel voor de klant als de support afdeling duurt dit te lang.
  5. Alle modi, zowel (A) via de USB-poort, (B) via draadloos toegangspunt en (C) draadloos ad-hoc, dienen uitgetest te zijn door de fabrikant. De klant mag niet belast worden met het uittesten. Zowel niet bij telefonische hulp als in de chat-modus.
  6. Verzoek is de driver zó in te richten dat na éen installatie alle modi werken.

Het is ontluisterend en beschamend voor de informatica industrie, die eens de bloem voor de financiële wereld was. Dergelijk gedrag binnen wat een service organisatie moet zijn, blokkeert gewenste verbeteringen en is een belangrijke reden van de huidige economische crisis. De namen in de chat zijn vervangen door de naam van een verantwoordelijke van de klantenservice in Heerlen. Zij beloofde binnen acht uren terug te bellen na aanleiding van de klacht. Dit is nog steeds niet gebeurd. Wel komen dagelijks medewerkers van Twenty4Help kijken op deze site. Men gebruikt een bonte stoet web-browsers: Safari 4.0, Opera 9.0, IE 6.0

Bert Kerkhof : Europe Consumer Investigation, HP casus nummer 645079

De eerste twee uur van de chat zijn niet opgenomen. Tijdens dit gedeelte werd twee keer geprobeerd de driver te installeren. Beide keren lukte het niet de printer aan het werk te krijgen. Hier volgt het middag-gedeelte van de chat:

[Een medewerker zal u spoedig te woord staan.]

[U chat nu met Carline Lieshart.]

Carline Lieshart : Goedemiddag en hartelijk dank voor het contact opnemen met de HP chat ondersteuning. Mijn naam is Carline Lieshart. Ik begrijp dat u al eerder met ons gechat heeft, ik zal het er even bijzoeken.

Bert Kerkhof : Tijdens de herhaaldelijke installatie procedure trad een fout op: er werd niet gevraagd de USB aansluiting te verwijderen. De installatie is gereed. Er is echter geen draadloze aansluiting.

Carline Lieshart : Oke, dan mag u de cd er opnieuw indoen

Carline Lieshart : en de usb kabel loskoppelen

Bert Kerkhof : Er is geen CD

Carline Lieshart : Oke u heeft de software gedownload?

Bert Kerkhof : Het gaat namelijk om een nieuwe generatie mobiele computers, die zonder CD werken.

Carline Lieshart : Oke, dit zal ik even moeten navragen, want volgens mij is hier geen software voor.

Carline Lieshart : Welk besturingssysteem heeft u?

Bert Kerkhof : Het gaat om Windows XP SP3

Carline Lieshart : Oke, dus een gewone xp versie?

Bert Kerkhof : Ja, reeds herhaalde malen is geprobeerd de installatie procedure opnieuw te doen. Tevergeefs. Het gaat om een driver versie die is gedownload. Ik wil vragen om een nieuwe versie 12.1.

Carline Lieshart : Deze hebben we niet op de website staan zie ik dus deze is niet beschikbaar voor dit toestel.

Bert Kerkhof : Het gaat om een nieuw te programmeren driver, in verband met de fabrieksgarantie op de printer, die onlangs is aangeschaft en niet juist draadloos functionerend is te krijgen op de router.

Carline Lieshart : De driver die op de website staat zal gewoon horen te werken, hier is niks mis mee.

Carline Lieshart : Wellicht is het het slimst eerst te zorgen dat alle sporen van vorrige installaties verwijderd worden voordat u de software opnieuw gaat installeren.

Bert Kerkhof : Er is ingetypt dat u met een Expert communiceert. De driver is afdoende uitgeprobeerd en te licht bevonden.

Carline Lieshart : Hoe heeft u de software precies verwijderd?

Bert Kerkhof : Start / Configuratie / Software / Verwijderen

Carline Lieshart : Dat is geen volledige verwijdering.

Carline Lieshart : Op de cd-rom/in de gedownloade software staat een bestand uninstal_l1/2/3/4

Bert Kerkhof : De meegeleverde verwijderprocedure is voor zover te zien toereikend. Indien dit niet zo is, verzoek ik tevens de verwijderprocedure te herzien en beschikbaar maken in de standaard procedure voor software verwijderen van Microsoft Windows XP SP3.

Carline Lieshart : Tot mijn spijt kan ik u indien u de stappen niet wilt uitvoeren niet verder helpen.

Bert Kerkhof : Gaarne de conversatie voortzetten met xx, met hem had ik vanochtend te maken. Hij kent de stappen van de voorgeschiedenis.

Carline Lieshart : spijtig genoeg is dat niet mogelijk, wij kunnen niet doorverbinden naar andere collega's enkel andere afdelingen indien dit nodig is. Ook bij mijn collega Jack zal u de Uninstal_l4 moeten gebruiken voor het verwijderen van de software.

Bert Kerkhof : De mede door mij ontworpen nieuwe generatie computers zijn een doorslaand succes. Op Google wordt 'Aspire One' al meer dan 17 miljoen keer genoemd. De 'EEE PC' al meer dan 20 miljoen keer. Juist voor deze uiterst mobiele apparaten is draadloze communicatie van belang. Volgens de gebruiksaanwijzing kan de C4580 communiceren met een draadloze router of draadloos toegangspunt.

Carline Lieshart : De C4580 kan inderdaad draadloos werken, ook met de EEE pc's van Acer. Als u de gedownloade software opent tot het installatie scherm met HP logo zijn er tijdelijke bestanden aangemaakt in de Temp map van uw pc,

Start > uitvoeren > %temp%

In deze map zal de gedownloade software zijn uitgepakt alsof het de cd-rom is. Deze uitgepakte bestanden bevatten het bestand 'uninstal_l4', deze kunt u gebruiken voor het 'op de correcte manier verwijderen' van de software/drivers. Hiermee verwijderen wij normaal gesproken de software/drivers als hiermee problemen zijn.

Bert Kerkhof : In de %temp% map is geen 'uninstall_l4' te vinden.

Carline Lieshart : Oke, ziet u daar een 7zs map staan?

Bert Kerkhof : Een viertal mappen begint inderdaad met '7zs'

Carline Lieshart : Oke in die map moet weer een onderliggende map zitten met util

Carline Lieshart : kiest u maar 1 van de 4

Bert Kerkhof : Welke van de vier genoemde mappen wil geopend worden?

Carline Lieshart : maakt niet zoveel uit kijkt u eerst maar bij de eerste

Bert Kerkhof : Er is in de 'util' map een map 'ccc' waarin slechts een 'uninstall_l4' programma zit uit het DOS tijdperk (van vòòr 1995). Het is niet de bedoeling op deze fijne computers verouderde rommel te gebruiken !!

Carline Lieshart : u beschadigd de computer niet het is een batch bestand en geen dos bestand.

Carline Lieshart : dit is om de uninstall l4 in werking te zetten

Carline Lieshart : dan gaat hij verwijderen gewoon onder windows en niet onder dos.

Bert Kerkhof : Het is een DOS batch bestand. Tevens is het verzoek in de nieuwe versie 12.1 niét mee te nemen het 'hp customer participation program' ter grootte van 160 megabyte. Deelname aan het 'hp customer participation program' heeft alleen zin wanneer klasse ontwikkelaars serieus worden genomen en HP meegaat met de moderne tijd. Dit veel te grote programma zou bij installatie een extra optie moeten zijn, niet verplicht.

Carline Lieshart : als u met de rechtermuisknop op het bestand klikt en kiest voor bewerken dan kunt u kijken wat voor programma het is.

Carline Lieshart : Het is ook een extra optie maar op deze manier verwijderen we grondiger.

Carline Lieshart : als u liever verwijderd via de software kan dit oo

Carline Lieshart : maar dan kan er nog iets in het register achterblijven.

Carline Lieshart : Maar wilt u de onze procedures nog volgen?

Bert Kerkhof : Het HP customer participation program 12.0 maakt deel uit van de 'Uitgebreide HP driver v12.0' en is niet optioneel.

Bert Kerkhof : Inmiddels zijn de overbodige componenten in 11 langzame stappen verwijderd en is het systeem weer optimaal. Wat wil er nu gedaan worden?

Carline Lieshart : Oke dan is het verwijderen voltooid, dan mag u de computer opnieuw opstarten, u kunt HP customer participation program gewoon uitvinken bij geselcteerde software* en dan krijgt u een lijst met wat u allemaal uit kunt vinken

Carline Lieshart : tijdens de installatie

Bert Kerkhof : Bij diegenen die een standaard installatie kiezen, zoals wordt aanbevolen, zou het te grote 'hp customer participation program' niet automatisch mee-geïnstalleerd moeten worden.

Bert Kerkhof : Mijn baas vraagt overigens de basis driver te installeren, opdat allereerst wordt voldaan aan de minimum vereisten voor functioneren van de printer.

Carline Lieshart : Oke, dat Ik zal uw mening doorgeven in ieder geval. U kunt inderdaad ook installeren met alleen de basisdriverd.

Carline Lieshart : U kunt nu het beste de computer opnieuw opstarten

Carline Lieshart : en dan installeren

Carline Lieshart : misschien is het makkelijker om dan terug te komen in de chat en de installatie samen doen.

Carline Lieshart : Ik heb al een tijd geen reactie meer ontvangen, wellicht is er iets mis met de chat verbinding. Kunt u mij aangeven of u mijn berichten nog ontvangt?

Bert Kerkhof : Gaarne aan de lijn blijven, de installatie procedure ook van de basisversie duurt inderdaad te lang, zelfs voor support, dit behoeft verbetering in v12.1.

Carline Lieshart : U bent nu op een andere pc aan het installeren?

Bert Kerkhof : Ja, dit is gemeld aan Jack Hendriks.

Carline Lieshart : Oke, ik dacht dat u op dezelfde computer aan het installeren was vandaar mijn vraag.

Bert Kerkhof : Tijdens installatie bleek er communicatie mogelijk te zijn met draadloos netwerk SSID Speedtouch v780, communicatie modus Infrastructure, codering WPA. Ook de printer werd herkend. Daarna werd automatisch het 'diagnostisch netwerk hulpprogramma' uitgevoerd, om de door het HP installatie programma gemaakte netwerk instellingen te controleren. De uitkomst van de diagnose, zoals vanochtend al om 11 uur gemeld aan Jack: Uw PC kan niet communiceren met uw printer.

Carline Lieshart : Oke, dan gaan we het adhoc proberen aan te sluiten, weet u hoe dit werkt?

Bert Kerkhof : nee

Carline Lieshart : Ik zal u de stappen even doorsturen

Bert Kerkhof : Doet u maar via de chat

Carline Lieshart : Op deze link kunt u de stappen terugvinden; http://h10025.www1.hp.com/ewfrf/wc/document?docname=c01674336&cc=nl&lc=nl&dlc=nl&product=3418707

Bert Kerkhof : Carline, de bedoeling is dat deze HP all in one printer wordt aangsloten op de router. Bovendien, volgens de beschrijving is voor de ad-hoc modus Vista een vereiste. Hier gaat het om de nieuwste generatie ultra mobiele PC's die gebruik maken van het bewezen en doordachte XP SP3 bedrijfssysteem.

Carline Lieshart : sorry dan heb ik u de verkeerde link gegeven

Carline Lieshart : het moet sowieso ff getest worden..

Carline Lieshart : u kunt deze gebruiken voor xp; http://h10025.www1.hp.com/ewfrf/wc/document?docname=c01674352&cc=nl&lc=nl&dlc=nl&product=3418707

Bert Kerkhof : Nogmaals: Het gaat hier om een heel netwerk van computers met een router, waarvoor deze printer met garantie is gekocht. Wij hebben dus een toegangspunt. De link die je geeft is voor netwerken zónder toegangspunt.

Carline Lieshart : Ja dat klopt want het moet zonder toegangspunt getest worden.

Bert Kerkhof : Test het even zelf uit en laat het niet een ander doen.

Carline Lieshart : u gaat het even testen?Bert Kerkhof : Nee, mijn verzoek is of HP zelf eens een apparaat uit-test alvorens een versie 12 op de markt te brengen.

Carline Lieshart : Oh maar die is getest, en er zijn genoeg klanten waar het wel werkt.

Bert Kerkhof : Zet dan op de website de uitgeteste en werkende versie

Carline Lieshart : wij zetten alleen maar uitgeteste en werkende versies op de website.

Bert Kerkhof : Carline, wij hebben de procedures doorlopen en geconstateerd dat het niet werkt.

Carline Lieshart : waar ging het precies mis?

Bert Kerkhof : Na het herhaaldelijk uitvoeren van de installatie procedure bleek dat de 'HP driver software' wél verbinding had met de printer en ook met het netwerk toegangspunt. Echter, de 'HP driver software' verhindert de communicatie tussen PC en de printer. Kennelijk zit de 'HP driver software' in de weg.

Carline Lieshart : waar had de pc verbinding mee?

Bert Kerkhof : De 'HP driver software' had verbinding met de printer, werd gemeld tijdens de installatie

Carline Lieshart : maar uw netwerk waar had die verbinding mee?

Carline Lieshart : uw pc met welk netwerk had die verbinding?

Bert Kerkhof : De 'HP driver software' had verbinding met de router en het installatie programma wist zelfs het SSID en zelfs de WPA van de router te melden.

Carline Lieshart : Nee maar net toen u de stappen volgde die ik u doorstuurde?

Bert Kerkhof : Alle stappen van het installatie programma zijn herhaaldelijk doorlopen.

Carline Lieshart : oke, maar de link die ik u doorstuurde vroeg wat anders, ik denk toch er ergens iets mis gegaan is

Carline Lieshart : misschien kunnen we het het beste even samen doen.

Bert Kerkhof : De link die jij stuurde was voor ad-hoc verbindingen tussen printer en computer zonder draadloze router of draadloos toegangspunt. De printer is met garantie gekocht voor een netwerk met draadloze router of draadloos toegangspunt. De link was dus niet bruikbaar.

Carline Lieshart : Ik wil het toch even testen

Carline Lieshart : dan weten we of het aan het toegangspunt kan liggen, aan de printer of aan pc

Bert Kerkhof : Een ad-hoc verbinding test niet het toegangspunt. Ga je eigen gang met je ad-hoc systemen, wij doen dit niet.

Carline Lieshart : Oke dan kan ik u spijtig genoeg niet verder helpen.

Bert Kerkhof : Is je baas er ook?

Carline Lieshart : ja die zit hier.

Carline Lieshart : Ik kan u laten terugbellen door de klantenservice.

Bert Kerkhof : Wij zijn van European customers investigations

Bert Kerkhof : En bereiden een artikel voor over de HP service. Wij zijn reeds vanaf 11 uur vanochtend aan het chatten en moeten alsmaar tests doen. Onze publicatie volgt op http://dailyeurope.blogspot.com

Carline Lieshart : als u geen stappen wilt uitvoeren om te testen kan ik niks voor u betekenen.

Carline Lieshart : de klantenservice kan u terug bellen

Carline Lieshart : dan heb ik wel wat gegevens nodig van u.

Carline Lieshart : Ik zie dat u mijn naam op internet gezet heeft, wil u vragen of u deze wilt verwijderen.

Bert Kerkhof : Het gaat om verantwoordelijkheid. Ik kan de naam wijzigen in de naam van de verantwoordelijke van HP klantenservice.

Bert Kerkhof : Resumerend wat wij hebben afgesproken:

Bert Kerkhof : 1. Er is een verbeterde versie van de driver software en het installatie programma nodig.

Bert Kerkhof : 2. Het onderdeel 'HP customer participation program' dient optioneel te zijn en niet in de standaard installatie procedure te worden meegenomen.

Bert Kerkhof : 3. Het verwijder programma dient via de standaard procedures van Microsoft Windows te werken. Via 'Start / Configuratie / Software / Verwijderen'. Dus niet via obscure DOS bestandjes die in tijdelijke mappen met wisselende namen worden bewaard

Carline Lieshart : Ik moet me houden aan procedures, en de klanten service is hier degene die omgaat met deze zaken, ik kan niks veranderen aan procedures of aan de software, ik wil wel graag dat u mijn naam van het internet afhaalt.

Bert Kerkhof : 4. De installatie dient sneller te zijn, zowel voor de klant als de support afdeling.

Bert Kerkhof : 5. Alle modi, zowel (a) via de USB-poort, (B) via draadloos toegangspunt en (C) draadloos ad-hoc, dienen uitgetest te zijn door de fabrikant. De klant mag niet belast worden met het uittesten. Zowel niet bij telefonische hulp als via de mail en de chat-modus.

Bert Kerkhof : 6. Verzoek is de driver zó in te richten, dat na éen installatie alle modi werken.

Bert Kerkhof : Haal rustig de klantenservice er bij

Carline Lieshart : Als u mij u telefoonnummer wilt geven laat ik u terugbellen door de klantenservice.

Bert Kerkhof : Onderwijl kan deze chat open blijven, vanwege de genummerde punten. De genummerde punten zullen gezien moeten worden vanwege de verantwoordelijkheid voor de gemaakte afspraken.

Carline Lieshart : Ja dat zou wel kunnen, als u deze chat afsluit kunt u deze ook opslaan

Bert Kerkhof : Er kunnen direct via deze chat zaken gedaan worden. Dan weet je zeker dat iemand voor jouw naam in de plaats komt.

Carline Lieshart : Dat gaat spijtig genoeg niet de klantenservice kan u alleen terug bellen

Bert Kerkhof : Stuur jij ze dan onze zes afspraken?

Carline Lieshart : Ik heb geen afspraken gemaakt maar ik zal uw genoemde punten doorgeven.

Carline Lieshart : Maar dan heb ik wel uw telefoonnummer nodig

Bert Kerkhof : Blijf aan de lijn, mijn telefoonnummer is 0592 670206

Carline Lieshart : Oke Kunt u de volgende gegevens controleren aub:

Naam: Bert Kerkhof
Email adres: kerkhof.bert@gmail.com
Product: HP Photosmart C4580 All-in-One Printer
Besturingssysteem: Other

Verder zou ik graag nog de volgende gegevens van u willen ontvangen:

Serienummer van het product:
Adres:
Postcode:

Bert Kerkhof : Regulatory model no SNPRN-0721-02

Bert Kerkhof : Warranty product number Q840 !A rev B

Bert Kerkhof : Verder: xxxxxxxxxxx

Carline Lieshart : Oke het serie nummer begint met my of cn en staat op de onderkant of aan de achterkant van de printer.

Bert Kerkhof : CMII ID: xxxxxxxxxx IC:xxxxxxxxxx

Bert Kerkhof : Het functioneren van de informatica industrie is éen van de oorzaken van de huidige economische crisis. Daarom hecht ik aan directe afspraken.

Carline Lieshart : Dat begrijp ik, spijtig genoeg kan ik geen beloftes doen maar ik zal u laten terug bellen door de klanten service, binnen 8 werkuren word u teruggebeld.

Bert Kerkhof : Kan Jack Hendriks zolang verantwoordelijkheid nemen voor de 6 gemaakte afspraken?

Carline Lieshart : Er zijn geen sfpraken gemaakt, er zijn eisen gesteld door u.

Bert Kerkhof : De hele dialoog is opgenomen

Carline Lieshart : Oke, dan zal u zo snel mogelijk wat van de klantenservice horen.

Bert Kerkhof : Met name dat je opdracht geeft voor het alsmaar herhaaldelijk uitvoeren van test door klanten is belastend voor jou

Carline Lieshart : Die test laat ik u uitvoeren om te controleren waar het probleem kan zitten en dit is volgens procedure.

Carline Lieshart : Heeft u verder nog vragen?

Bert Kerkhof : Kan de klantenservice niet sneller zijn en laten ze jou intussen zwemmen?

Carline Lieshart : Zoals ik eerder aangaf zal de klantenservice binnen circa 8 werkuren bellen.

Dit omdat wij eerst de gegevens aan hun moeten doorgeven en hun de zaak ook moeten oppakken.

Bert Kerkhof : Graag direct doorgeven in verband met de miserabele toestand die HP en de chat-dienst geeft voor voor vele klanten.

Carline Lieshart : Er zijn meer mensen die geholpen moeten worden door deze afdeling en daarnaast moeten zij ook nog andere dingen doen. we kunnen dus niet ervoor zorgen dat u gelijk gebelt word Ik heb nu alles voor u gedaan wat ik kan, u word iniedergeval zo spoedig mogelijk door onze klantenservice opgebelt zodat zij u verder te woord kunnen staan.

Bert Kerkhof : Ik zal zelf wel even bellen. Blijf aan de lijn..

Carline Lieshart : Ik wil u dus voor nu nog een fijne dag toewensen en tot ziens.

Carline Lieshart : U kunt het volgende dosier nummer doorgeven: xxxxxxxxxx

vrijdag 6 maart 2009

Gisteravond na afloop van de 'meet en greet' met lijsttrekker Thijs Berman, stond onder de gewelven van Amsterdam Arena een lange rij bij de parkeer garage.

De technologische vernieuwing van de komende eeuw werd besproken aan de hand van een kapotte betaal automaat. Het publiek zwermde huiswaarts uit naar vele afgelegen streken van Nederland.

Aan de koffietafel van tussengelegen benzinestations was tot diep in de nacht discussie over schoolprestaties op het VMBO van gescheiden kinderen en werden visitekaartjes overhandigd aan geïnteresseerde burgers uit Gelderland en Overijssel en Drenthe. In gedachten zijn pensioenen en de breedbeeld televisies van ouderen in geïsoleerde plattelandsgebieden.

Actieve burgers legden vervolgens hun hoofd te ruste, in de wetenschap dat duurzaam orde zal worden gebracht tot in Afrika toe.

Het belooft een spannende verkiezingstijd te worden met nummer 14:

Bert Kerkhof Kandidaat ánder europa 4 juni

maandag 2 maart 2009

Váklav Klaus hekelt democratie in Europa

In de Elsevier schrijft hoofdredacteur Arendo Joustra over democratie in Europa. Het Europarlement heeft niet de machtsmiddelen, die een gewoon Europees parlement hoort te hebben. Daarover waren ook de Nederlandse lijsttrekkers het tijdens een televisie debat eens.

De Tjechische president Václav Klaus is teleurgesteld over de democratie in Europa. Maar toen de heer Klaus dit in het Europees parlement onder woorden bracht, was boe-geroep zijn deel. 'Die man moet leren dat het hier niet de Sovjet-Unie is, maar een democratie', oordeelde Thijs Berman, lijsttrekker van de Pvda in het Financieele Dagblad.

Een rare redenering. Juist het sovjetparlement was een applausmachine. In een democratisch parlement moet plaats zijn voor een ander, desnoods dissident geluid. Arendo Joustra oordeelt: 'Ondemocratisch misbaar van Berman en zijn vrienden'. Joustra is van mening dat hierdoor te weinig aandacht is voor wat Klaus eigenlijk heeft gezegd. Dat kan ánders: Lees het artikel uit de Elsevier met fragmenten uit de toespraak van Václav Klaus in het Europese parlement (in de nederlandse taal.

De hele toespraak in het Engels.

zaterdag 21 februari 2009

Money transactions via the internet unsecure

Active pioneer users of the internet know how important it is to transfer money to distant locations in order to keep really hardworking nerds alive and kicking. They have learned to trust distant people they only know via the internet.

Now that he internet is used by everyone, many people are worried about their personal safety now that there is so much power they have on their hands with the internet. That is where some financial corporation's come in and offer you 'protection' with extra verification. Market economy means you can choose which service you want to use. Not all of these corporations offer you the best service there is. For example the paypal service, based in Luxembourg.

I decided long time ago to use iDeal, a nice and safe system offered by several banks in the Netherlands. Besides, for purchasers the service is free. At stores where they do not have iDeal yet, I use normal credit card transactions. So I cancelled the paypal subscription.

To webstore holders, paypal promises to handle normal credit card transactions, also to persons who are not a member of paypal. That is the reason webmasters make use of paypal. However, paypal refuses to do normal credit card transactions for people that were formerly a member of paypal and cancelled their subscription.

The Dutch social movement always was keen on fighting as we call 'gedwongen winkelnering' (forcing people to buy products in one store). Now it is time to protest against paypal. Paypal is not the best service there is at the internet. So people should be free to decide to use another service.

There are more aspects to 'safety'. For active people it is important, that they can do international financial transactions and are not blocked for unethical and commercial reasons by a multinational corporation. This blocking of active people now is identified as one of the reasons that there is an economic recession we must overcome.

Bert Kerkhof worked as a freelancer for the Rabobank on improving european money traffic

=== Letter sent ===

From Bert Kerkhof
To Voice Corporation International>br/> Date: feb 21th 2007

Once I was a member of paypal. I cancelled the subscribtion because it offers no extra service above what can be done with a normal credit card. Besides that, there is an excellent service in the Netherlands called iDeal.

I want to subscribe to your Gold service with a normal credit card, but paypal does not let me. The system says my credit card is linked to a service they offered. The system says paypal cannot be used without subscribing to paypal again. Which I do not intend. Note that I have paid all their bills and have sufficient credit with my bank credit card.

Please let me pay otherwise and press paypal as I do, not to force clients into a subscribtion. Ideal is popular in the Netherlands. As Wouter and I appreciate the voices you added to the Internet, we suggest to use the iDeal service, as your businesses in the Netherlands will grow.

Best regards,
Bert Kerkhof
Assistant to the minister of Finance in the Netherlands Wouter Bos
Phone of Bert Kerkhof: +31 592 670206 GMT+1
Conseo.nl
DailyEurope.blogspot.com
Bert Kerkhof Candidate for the european elections june 4th

djqd2

vrijdag 20 februari 2009

Domme en slimme meteropnemers


@ Nico

Sommige bestuurders en machts-circels onderhouden contacten met meter opnemers, om naast het meter opnemen bij onwelgevallige mensen het interieur van de woning op te nemen. Bijvoorbeeld provincie besturen zijn hiermee bekend.

Aan elk interieur mankeert wel eens iets. Zo niet, dan is een zwak punt te verzinnen. Wat is opgemerkt, kan doorgebriefd worden en vergroot worden rondgeroddeld, tot in de hoogste kringen. Je zult verstelt staan van wat in clubs die als 'chiq' wensen door te gaan, aan roddels omgaat. Wat dit betekent Nico, heb je de afgelopen zeven weken meegemaakt.

Slimme energiemeter

De zogenoemde 'slimme energiemeter' voorkomt dit. Alleen de meterstanden worden doorgegeven, zonder achterklap. Afgelopen najaar onderhandelde ik met Oxxio voor de zekerheid, dat via deze slimme energiemeter nimmer kan worden afgesloten. Want als je krap bij kas zit, verwacht je niet dat licht en kachel als automatisme uit gaan. De tijden dat muntjes in de meter moesten, ligt in een ver verleden en dat moeten we zo houden. Oxxio gaf mij de zekerheid dat de slimme meter niet zal kunnen afsluiten. Weliswaar konden of wilden ze de afspraak niet op hun website zetten. Dat doe ik dan maar op DailyEurope Blogger. Dan is de afspraak openbaar zoals het hoort.

Er is dus geen reden om actie te voeren. De energie provider zorgt er voor dat de meter niet zal kunnen afsluiten. Onlangs kwam bericht van mijn provider dat door een leveringsvertraging bij de producent, de leveringstijd soms overschreden wordt. Ongetwijfeld heeft dat te maken met discussies met de netbeheerder of andere energie concerns. Maar net als ik ga voor de europese verkiezing van 4 juni aanstaande, gaat Oxxio voor de betere slimme meter. Heb Radar over Oxxio niet gezien, maar kan alsnog kijken. Heb je een link naar de datum van uitzending?

Het is goed als er actie is dat niet ieder kwartier de meterstanden worden doorgegeven. Maandelijks is genoeg of als je er zelf om vraagt via het internet. Ook moeten de meterstanden niet aan derden worden doorgegeven. De netbeheerder hoeft alleen totalen te kennen en piekbelasting b.v. per buurt. Er moeten inderdaad vanuit de burgerij meer voorwaarden worden gesteld aan de privacy van de gegevens. Overigens zijn die meterstanden oppervlakkig van aard. Als er mensen in je woning komen, kunnen ze gericht zoeken naar wat bruikbaar is voor roddel.

Elektronisch patiënt dossier

De gegevens in het elektronisch patiënt dossier (EPD) zijn zéker niet oppervlakkig. Bovendien is het voor burgers veel te moeilijk om gegevens ín het dossier van je artsen te krijgen. De huisarts bijvoorbeeld wil zekerheid over vaderschap na scheiding, voordat zij info aan vaders willen geven over de diagnose en behandeling van hun kinderen. Als je daarover bewijsmateriaal op papier hebt, kun je ze niet naar haar mailen (medische firewall problematiek). Als je geen printer hebt of de printer is stuk (want wie print er nu tegenwoordig nog), is er wekenlang vertraging. Als je tijd genoeg hebt, kun je speciaal voor de medische stand bijvoorbeeld een (eventueel tweedehands) printer aanschaffen. Maar ben je modern en actief, dan sta je op achterstand.

Er is dus geen reden om te denken dat de slimme meter zal kunnen afsluiten. Hiervoor hoeft geen actie gevoerd te worden. Dat doet Oxxio al, dat heb ik geregeld. Ook een petitie aan het regionale parlement in Nederland is niet nodig.

Zo anders van kleur ben ik niet. Denk het uitstekend te kunnen vinden met Vrijbit in veel opzichten. Zal ook skype weer installeren. Nico, besteedt je tijd liever aan de jeugdzorg en stukken voor Kind in de knel, en zendt deze mail rustig rond. Want dat onschuldige kinderen in de gevangenis komen, is veel erger.

@ Bestuur van Vrijbit
We zoeken nog mensen om kinderen uit de jeugdzorg gevangenis te houden. Help mee met ons, dan helpen wij door Oxxio écht slimme meters te laten bezorgen !

Zie ook:

Bert Kerkhof Kandidaat europese verkiezing 4 juni
DailyEurope.blogspot.com
Kind in de knel
Norg, Netherlands
+31 592 670206
+31 6 52686243

Honderden kinderen gaan jaarlijks de separeer in



2009-02-27 Bericht van Nico:
===============================
Beste mensen,

Ik stuur dit bericht BCC aan een heleboel mensen, omdat dit een zeer ernstige zaak betreft, waar ik nu 10 minuten geleden pas kennis van kreeg dank zij onderstaande berichten.

Het schijnt namelijk dat na de OV-Chipkaart, waar de overheid controleert waar we naar toe gaan, het 'rekening rijden' met het zelfde doel, het Elektronisch Kind en Patiënten Dossier (EKD en EPD) dat ons levenslang kan achtervolgen over alle medische en maatschappelijke problemen, de overheid ook graag wil weten wanneer wij thuis of uit zijn, hoe laat en hoe hoog we de verwarming aan zetten en hoeveel lampen of TV we aan hebben op welk tijdstip.

Onder het mom van energiebesparing worden binnenkort heel geruisloos energie kostende 'slimme meters' opgedrongen die er voor zorgen dat de overheid al ons energiegebruik per kwartier kan weten...

Mensen: LAAT DIT NIET gebeuren!! Onderteken die petitie!! Hier de link:

www.wijvertrouwenslimmemetersniet.nl

Hier onder de berichten die ik oorspronkelijk ontving.

met vriendelijke groet,

Nico

(Stuur dit zo veel mogelijk BCC door!)





Bericht van Marc:
=================
Hallo

Ik kreeg de vraag van Miek Wijnberg van de organistatie Vrijbit, de organisatie die de demonstratie tegen de controle-waanzin heeft georganiseerd afgelopen oktober, of ik misschien mee wilde helpen met een actie tegen de 'slimme meters' [weer een nieuwe vorm van controle...].

Ik heb toegezegd om haar bericht door te sturen naar de mensen van - of geinteresseerden in de ALERT-werkgroep of eventuele andere vrijheidslievende burgers, in de hoop dat er nog mensen bij zijn die ook willen meewerken met het verspreiden van posters / handtekenlijsten etc.

Als je dus nog iets wilt doen, een concrete bijdrage wilt leveren aan het helpen tegenhouden van de komende totalitaire dictatuur en /of controlestaat, misschien kan je dan contact opnemen met mij of met Miek van Vrijbit.

Ik plak hieronder de brief van Miek zodat je kunt zien waar het hier om gaat.

Bij voorbaat dank en hartelijke groeten van:

M

Miek:

bestuur@vrijbit.nl





Bericht van Miek Vrijbit:
=========================
Onderw: actie stop de =?windows-1252?Q?=91slimme=92_meters_voor_ga?= =?windows-1252?Q?s_en_elektriciteitsgebruik?=
Datum: 24-2-2009 0:59:57 West-Europa (standaardtijd)
From: bestuur@vrijbit.nl (Bestuur Vrijbit)
Reply-to: bestuur@vrijbit.nl
To:

beste Marc,

We zitten hier tot over ons oren in het werk i.v.m. de actie tegen de wetsvoorstellen om slimme-spionagemeters verplicht te gaan stellen voor alle kleinverbruikers van energie.

Het is heel heftig, want volgende week dinsdag is de Eerste Kamer-commissievergadering erover en een week later 10 maart staat het gepland voor de plenaire Eerste Kamer vergadering en zou de beslissing kunnen vallen.

We hebben dringend hulp nodig van mensen in den Haag die willen helpen om posters en handtekeningenlijsten teverspreiden. liest ook om te demonstreren/ petitie aanbieden op de dinsdagen dat de EK vergadert. We hebben heel wat voorbereidingswerk gedaan.

Er is een 'dossier'met alle relevante uitleg, er worden morgen 5000 posters bezorgd (waarvan het de bedoeling is dat die door het hele land worden verspreid maar zeer goed vertegenwoordigd in den Haag moeten komen te hangen. We hebben buttons voor de actie, voorbeeld-brieven voor de Eerste Kamer en sinds straks is de petitie intekening gestart.

Morgen komen er posters.

Concrete vraag luidt dus of je wilt helpen om bekendheid aan de actie te geven, met name door de petitie te tekenen en zoveel mogelijk mensen te vragen dat ook te doen en waar we in den Haag oposters kunnen afleveren om verder te verspreiden.

Graag gauw een reactie.

We hopen donderdag in Den Haag de posters te kunnen brengen.

We voeren de actie( ook sinds vandaag pas in de lucht ) via

www.wijvertrouwenslimmemetersniet.nl

groetjes Miek

woensdag 11 februari 2009

Snel af en goedkoop populisme

Het bestuur bracht een concept-resolutie uit over integratie, ' Verdeeld verleden, gedeelde toekomst'. Op een congres dat op 14 maart gehouden wordt, zullen amendementen in stemming worden gebracht.

Integratie gaat over cohesie in de samenleving. In hoeverre werken bevolkingsgroepen en culturele stromingen samen om een sociale en sterke maatschappij te vormen. De makers van de concept resolutie hebben vooral de problematiek van buitenlanders voor ogen gehad. De stelling van het bestuur is om het samen te vatten dat Nederland een land dient te zijn waar de bruggen tussen autochtonen en allochtonen geslagen zíjn. Terecht is er veel kritiek op de wollige woorden van het bestuur.

Geloof

In de bijdrage van Frank de Vries (lijsttrekker te Groningen en wethouder ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en wijkvernieuwing) aan het debat in het dagblad Trouw van 26 jan 2009: Pvda moet snel af van goedkoop populisme wordt aandacht gevraagd voor het geloof. Altijd was er een sterk vooruitgangsdenken. Niet alleen geïnspireerd door het christendom dat zijn wortels heeft in het midden-oosten. In tijden van grote armoede in de 19e en begin 20e eeuw was er een sterk europees geloof in de kracht van samenwerking tussen arbeiders en in de maakbaarheid door een sterke overheid. Vanuit Europa verbreidde dit zich over de hele wereld. De sociaal-democratie positioneerde zich ten opzichte van dit geloof door compromis en overleg te zoeken met commerciële organisaties die maximalisatie van eigen materiële welvaart nastreven. Maar het geestelijk aspect, verbondenheid tussen mensen en vergroten van welzijn stond voorop.

Rekenschap

Aan het einde van de vorige eeuw is de sociaal-democratische beweging stilaan verworden tot een belangen organisatie voor materiële welvaart. De belangrijkste jaarlijkse overleggen zoals het voorjaars overleg, leken slechts te gaan om een procentje meer of minder in het loonzakje. Door onderlinge pressies tussen werknemers bleven vacatures onvervuld zoals fabriekswerk en hulp bij het oogsten. Wat betreft liefhebben van je naasten, nieuwe samenlevingsvormen zoals alleenstaand ouderschap, de tweeverdiener- en scheidings-cultuur en de feminisering van het onderwijs is in sociaal democratische zogenoemde meiden-groepen veel ondernomen, maar werd weinig rekenschap gegeven van de consequenties die dit heeft voor het opvoeden van kinderen. Noem het geen religie, maar een diepzinniger denken en debat is juist bij de Pvda op zijn plaats.

Schaduw

Er zijn gegevens over de huidige toestand van de maatschappij. Er is de bestaande publieke opinie over allochtonen. Opinie peilingen van vorige week werpen een schaduw vooruit op de uitkomsten van het integatie debat op het congres in maart. Uit de peilingen blijkt een sterke opkomst van de partij van Geert Wilders. Ook zijn er toekomstdromen. Dit speelt allemaal mee bij het vormgeven van het publieke debat.

Goedkoop populisme kan inhouden dat:

  1. gediscussieerd wordt zonder gegevens over de huidige toestand...
  2. geen rekening wordt gehouden met de bestaande publieke opinie...
  3. geen toekomstdromen gemaakt worden of bekend zijn...
  4. het debat binnenskamers blijft en onvoldoende in de maatschappij wordt gevoerd...

Gegevens

Van een Wilders-aanhanger werden enkele gegevens ontvangen. Ze zijn cursief hieronder weergegeven. Niet altijd stemmen deze gegevens met de werkelijkheid overeen. Verwijzingen naar bronnen van het Centraal Bureeau voor de Statistiek zijn in blauw:

Immigratie

"Per jaar heten we gemiddeld 50.000 allochtonen welkom. Voor autochtonen ligt dit getal beduidend lager: Slechts 5000 per jaar." Deze getallen kloppen niet. Het migratiesaldo in 2007 van niet-westerse allochtonen was 11.664 personen. Het migratiesaldo in dat jaar voor de Europese Unie was 25.252. Daarbij komt het migratiesaldo voor westerse personen, 28.906. Dit betekent aanzienlijk meer verkeer van mensen uit westerse en europese landen, dan van niet-westerse allochtonen.

"Ieder jaar komen er gemiddeld 35.000 mensen bij met een dubbele nationaliteit." Daar is niets mis mee. Het vergroot burgerlijke vrijheden zoals op vakantie gaan en elders kunnen werken. dat hoort bij een moderne samenleving. Een nadeel van dubbele nationaliteit is de dienstplicht voor Turken. Het aantal Turken met dubbele nationaliteit neemt volgens de gegevens niet of nauwelijks toe. Dubbele nationaliteit? Wen er maar aan.

Demografie

"In 18% van de wijken in Nederland is 15 tot 50% van de bevolking niet-westers. En in 3% van de wijken ligt het percentage op 50 tot 100%." Hoeveel wijken er in Nederland zijn is moeilijk te tellen. In 42 wijken die zijn aangewezen als 'krachtwijk', wonen gemiddeld 48 procent niet-westers allochtonen. Daar weer de helft van is Turk of Marokkaan.

Criminaliteit

"Gemiddeld worden slechts 28% van de delicten aangegeven bij de politie."

"Er zijn 4 geweldsdelicten per 1000 autochtonen."

"Marokkaanse jongeren komen gemiddeld 2x zo vaak in aanmerking voor Bureau Halt dan autochtone jongeren."

"Bijna 7% van de marokkanen wordt op hun 15e voor het eerst als dader geregistreerd. Bij autochonen is dit 2% op hun 17e."

"Marokkanen krijgen gemiddeld 9x een proces-verbaal binnen 10 jaar na hun eerste delict. Bij autochtonen is dit beduidend lager. Gemiddeld 3,6 binnen 10 jaar."

"10,3% van de Marokkanen staat geregistreerd als verdachte. Dat betekent dat op dit moment meer dan 34.000 verdachte Marrokanen zijn in Nederland."

"Er zijn 32 geweldsdelicten per 1000 Antillianen. Dit is 8x zo vaak."

"Als we kijken naar alleen mannelijke delictplegers, ontstaat een ander beeld: Onder de Marokkanen worden 600 delicten gepleegd per 1000 Marokkaanse mannen."

Religie

"Moskeeën. Sinds 1955 heeft Nederlander meer dan 500 bijgekregen."

Onderwijs

"Basisonderwijs Den Haag: gemiddeld 75% is niet-westers. Voortgezet onderwijs Amsterdam: gemiddeld 68% niet-westers." Het is duidelijk dat in de grote steden meer allochtone kinderen naar school gaan.

Mijn insteek voor het integratiedebat is de situatie van achtergestelde kinderen. Lees alvast de analyse voor het achterstandenbeleid. Mijn artikel hierover staat nummer 1 in zoekmachine 'onderzoek kinderen nederland'. Het achterstandenbeleid heeft net als het emancipatiebeleid parallellen met integratie: Armoede met vaderloze kinderen in Nederland.

Opinie van vorige week:

Politieke peiling in Nederland, AD 15 feb 2009 Dank aan AD voor bijpassende kleuren

Discussie en debat

Nederlanders en westerse allochtonen hebben een geringe bereidheid een groter gezin of überhaupt kinderen te krijgen. De laatste decennia is de opvoedingssituatie voor kinderen minder optimaal geworden. Niet voor niets werkt dat niet gunstig op de kinderwens. Dit is een reden voor zorg en nader onderzoek. Het is nodig hier dieper op in te gaan en te bespreken wat nodig is te doen in verband met het Pvda congres in Central Studios aan de Oudegracht in Utrecht. Op zaterdag 14 maart is de integratie notitie aan de beurt en op zondag de europese verkiezing. Lees meer over aanmelden en reserveren op de Congres 2009 pagina.

Bekijk ook eens: